Adres :
Renbaan van Bosvoorde Ukkel
Gps-coörd. :
4.389672963056146 , 50.7930540228043
Wetenschappelijke inventarisatie :

Identiteit

Latijn :
Prunus avium
Namm FR :
Merisier, Cerisier sauvage
Naam NL :
Zoete kers
Naam EN :
Wilde kers
Familie :
Rosaceae
Hoogte :
30 m
Beoogde hoogte :
Deze soort kan tot 30 m hoog worden
Diameter kruin :
16 m
Omtrek van de stam :
drie stammen van 193, 206 en 224 cm
Verwachte omtrek :
Verwachte levensduur :
Kan tot 100 jaar oud worden
Oorsprong/Afkomst :
Verre Oosten
Voorkeursbodem :
Frisse, vochtige, diepe bodems, boshumus
Voorkeursklimaat :
Gematigd, fris

Diensten geleverd door deze boom

Verfraait het landschap :
++ voornamelijk de stam, want de bladeren zitten heel hoog in het bladerdak
Verrijkt de biodiversiteit :
++ veel voorkomende soort in het bos, voedsel voor vogels
Levert zuurstof :
++ minder bladeren dan een alleenstaande boom
Zuivert de lucht :
++ idem
Filtert het water :
+ weinig aangepast aan vochtige bodems
Voorkomt overstromingen :
+ weinig aangepast aan vochtige bodems
Slaat koolstof op :
+ groeit snel maar het hout is niet zo duurzaam
Verzacht het klimaat :
+ bosachtige omgeving
Beperkt de erosie van de bodem :
++ stabiliseert in de diepte
Doet goed, is nuttig :
+++ hout voor meubelen
Prunus avium - Collectie van de Belgische Staat, permanente bruikleen aan de Plantentuin Meise, Hempel, Die Bäume und Sträucher dese Waldes, pl. 55, 1889

Kenmerken/Karakter van het individu

Dit individu is de bewaker van een van de poorten van het Zoniënwoud. Vroeger zag hij paarden langskomen, vandaag zijn het golfballen, mountainbikers, honden, groepen wielrenners en soms een ree of een vos. Zijn zeer hoge top kijkt uit over de renbaan en de stad aan de ene kant, en over het bladerdak van het bos aan de andere kant. Deze wilde kers is goed geplaatst om de druk die stad en mens op de natuur uitoefenen, gade te slaan. Hij heeft drie stammen, die kunnen voortkomen uit zaailingen die heel dichtbij stonden, of uit scheuten die zich hebben gevormd op de stronk van een nog oudere boom.

De bewaker van een poort van het Zoniënwoud

Deze zoete of wilde kers groeit vlak naast een van de 7 poorten van het Zoniënwoud: een symbolische plek aan de rand van het woud, langs de renbaan van Bosvoorde.

Als een vuurtoren

Dit individu lonkt al van ver. Hij is de eerste bode van het ontwaken van de aarde, nog voor de lente aanbreekt. Zijn knoppen met hun roodbruine schubben staan in groepjes aan weerszijden en op de top van de jonge takken. Ze vormen een soort roodachtige aura rond de kruin. Vervolgens tooit de wilde kers zich in het wit terwijl alle bomen rond hem nog maar amper in knop komen. Hij doet het bladerdak van het bos oplichten.

Als we in zijn takken konden klimmen, zoals de baron in de bomen van Italo Calvino, of onze voorouder Lucy, de Australopithecus, zouden we dit spektakel beter kunnen aanschouwen. En in de herfst zouden we getuige kunnen zijn van de korte gele en vervolgens rode ‘uitbarsting’ van zijn bladerdek. Het hele jaar door zouden we het Atomium zien in het noorden van de stad, en het bos in het zuiden en het oosten. We zouden ons de gebeurtenissen kunnen voorstellen waar de kerselaar de voorbije 100 jaar getuige van is geweest.

Onbeduidende, zoals de paardenrennen en de weddenschappen op de banken van de renbaan. Of historische: de bescherming van het Zoniënwoud door Natura 2000 (2016), of de klassering ervan als Unesco-werelderfgoed in 2017.

Bovendien zouden we op 30 meter van de grond al het leven dat zich rond de boom afspeelt kunnen bespieden: de swing van de golfers van de naburige golfclub, de duizenden wandelaars, lopers, ruiters, mountainbikers en fietsers die er langskomen, de dog-sitters die er dagelijks samenkomen enz., een groep mensen die vrije toegang tot het woud wil.

Opgesteld in de top van zijn kruin zouden we tot slot getuige zijn van een zeldzaam feit in ons land: het beheer van het Zoniënwoud door drie gemeenten, twee provincies en 3 gewesten, in goede verstandhouding. Het is een gemeenschappelijke uitdaging die hen verbindt: dit erfgoed, de groene long van de hoofdstad, in stand houden.

Stevig verankerd

Wilde kerselaars zijn een soort die in staat is zichzelf voort te planten via de wortels (uitlopers). En net als dit individu kunnen ze ook opnieuw uitschieten als ze gekapt worden.

Verder heeft deze boom een unieke stam. Hij is waarschijnlijk ongeveer 70 jaar geleden gekortwiekt. Vandaag zou zijn stronk minstens 120 jaar oud zijn. Nochtans houden wilde kerselaars het doorgaans zelden langer dan een eeuw vol. Uit die stronk zijn drie stevige stammen ontsproten. Ze hebben elk een omtrek van meer dan 2 meter.

Die uitlopers profiteren van het bijzonder uitgebreide wortelnetwerk van de oorspronkelijke boom. De wortels groeien rond obstakels zoals de betonnen platen van de oude muren van de renbaan of duwen ze weg. Ze passen zich aan aan de ongelijke bodem. Bovenaan de heuvel zitten ze horizontaal en diep verankerd in de aarde. Onderaan de heuvel groeien sterke plankwortels dan weer verticaal om de drie stammen stevig te ondersteunen.

Tussen die plankwortels hebben zich vreemde holtes gevormd. Die weerspiegelen de structuur van de boom in de lucht: de lege ruimte die tussen de 3 stammen zit. Waarschijnlijk is het onderste deel van de stam dan ook hol waar de geluiden van het bos en de trillingen van de bodem versterkt worden. Hij is ook een van de poorten van het wood wide web: dat communicatienetwerk waarmee de bomen onderling in verbinding staan via hun wortels en het mycelium of de zwamvlok (een netwerk van schimmeldraden) in de ondergrond van het bos.

Misschien verwittigt de wilde kerselaar de bomengemeenschap wel als er bezoekers in de buurt komen. Of slaat hij alarm bij het minste gevaar.

Waakt over het bos

Er gaat een mysterieus sfeertje uit van deze zoete kers. Dat heeft aanleiding gegeven tot tal van verhalen. Dit exemplaar met drie stammen lijkt de wacht te houden, net als de driekoppige hond aan de ingang van de hel. Sommige voorbijgangers durven niet te dicht in de buurt te komen. Zijn wortelsysteem en zijn donkere holtes jagen hen angst aan. De wortels lijken hen op een vreemde manier wel te leven.

Een wandelaar vertelt dat de jonge beuken rond deze kerselaar mensen die zorg dragen voor het bos vriendelijk onthalen. Ze laten hun takken zachtjes zakken boven hun hoofden. Zoals in de oude teksten van Plinius en Ovidius, waarin de bomen strelingen uitdelen aan wie hen een warm hart toedraagt.

Op een van de stammen van de uitlopers is een koningsblauwe driehoek aangebracht. Die wijst niet op vreemde bosrituelen maar het is een teken van aanzien. 'De vereniging van beschermers van het Zoniënwoud' (APAFS) maakt het publiek zo attent op de meest frappante bomen van het woud.

Zijn schors is namelijk prachtig: glad, een beetje koperkleurig, grijs-rood, en met horizontale aderen. Op verschillende plaatsen komt hij in lange repen los van de stam en rolt hij zich op als een oud stuk perkament. Aan de kant van het bos is hij volledig bedekt met mos, terwijl hij aan de kant van de renbaan onder de zeegroene korstmossen en feloranje algen zit. Zijn organische kleuren en texturen gaan de dialoog aan met de tags op de naburige muur.

De uitlopers zijn sinds 1 januari 2014 geregistreerd in de wetenschappelijke Inventaris van opmerkelijke bomen. Zo indrukwekkend is zijn aanwezigheid, zo sterk geeft hij vorm aan het landschap en zo hard wemelt hij van leven.

Biedt onderdak aan massa’s levende wezens

Op deze wilde kerselaar groeien niet alleen mossen, korstmossen en algen, hij huisvest en voedt ook nog eens een massa levende wezens. In ruil helpen die hem zich voort te planten. Een groot aantal insecten bestuift zijn bloemen, die heel wat honing opleveren, en een uiteenlopende verzameling vogels verspreidt de pitten van de kersen in het rond.
Als je naar boven tuurt en 25 meter hogerop kijkt, merk je waar hun voorraad zich bevindt. Met een verrekijker kun je mussen en merels observeren, soms ook spreeuwen of een appelvink. De wetenschappelijke naam van de wilde kerselaar is niet voor niets ‘prunus avium’, Latijn voor de kerselaar van de vogels.

Aan zijn voet komen we ook heel wat zoogdieren tegen: vossen, egels, eekhoorns en andere knaagdieren. Een van hen heeft zonder twijfel zijn intrek genomen in het onderste, holle deel van de stam.

Deze zoete kers is dan ook een van de bomen die in het Wood Wide Web het meeste leven verwelkomt. En dan houden we nog niet eens rekening met wat er verder allemaal krioelt, onzichtbaar voor het menselijk oog.

© Bruciel 1930/35
© Bruciel 1953
© Bruciel 1971
© Bruciel 1996
© Bruciel 2012
© Bruciel 2015
Fotos: Priscille Cazin - Zerolutions / 32shoot asbl
idem
idem
idem
idem
idem
idem
idem
idem
idem
Twinning: Bertembos © Belgische Dendrologie Belge (Roger Deneef)
Twinning: Bertembos © Belgische Dendrologie Belge (Joke Ossaer)
Twinning: Saint Lanneuc, Côtes d'Armor, Frankrijk © A.R.B.R.E.S (Georges Feterman)
Twinning: Saint Lanneuc, Côtes d'Armor, Frankrijk © A.R.B.R.E.S (Georges Feterman)