Adres :
Leuvensesteenweg 862 Evere
Gps-coörd. :
50.8576 , 4.4105
Wetenschappelijke inventarisatie :

Identiteit

Latijn :
Fagus sylvatica ‘pendula’
Naam FR :
Hêtre pleureur
Naam NL :
Treurbeuk
Naam EN :
Weeping beech
Familie :
Fagaceae
Hoogte :
18 m
Beoogde hoogte :
Deze soort kan tot 30 m hoog worden
Diameter kruin :
30 m
Omtrek van de stam :
530 cm
Verwachte omtrek :
600 cm
Verwachte levensduur :
Kan tot 300 jaar oud worden
Oorsprong/Afkomst :
Europa
Voorkeursbodem :
Alle bodemtypes, niet veeleisend, kan niet goed tegen verdichting
Voorkeursklimaat :
Gematigd fris, vochtige omgevingen, kan niet goed tegen droogte

Diensten geleverd door deze boom

Verfraait het landschap :
+++ bijzonder esthetisch effect van de neerhangende takken
Verrijkt de biodiversiteit :
+ vooral voor nestbouwende vogels
Levert zuurstof :
+++ zeer dicht bladerdek
Zuivert de lucht :
+++ idem
Filtert het water :
- weinig water op een iets hogere plek in een zeer stedelijke omgeving
Voorkomt overstromingen :
- weinig water op een iets hogere plek in een zeer stedelijke omgeving
Slaat koolstof op :
+++ trage groei
Verzacht het klimaat :
++ lokaal, onder de kruin
Beperkt de erosie van de bodem :
+++ kruipende wortels die de aarde van de heuvel vasthouden
Doet goed, is nuttig :
+++ (jonge bladeren, beukennoten, hout
Collectie van de Belgische Staat, permanente bruikleen aan de Plantentuin Meise : Duhamel, Traité des arbres et arbustes, vol. 2, pl. 24, 1804

Kenmerken/Karakter van het individu

Dit individu is een overlever. Hij is geplant in een tuin van een groot landgoed dat werd aangelegd op het platteland rond Brussel. Zijn schoonheid heeft hem behoed voor de kap ondanks alle herinrichtingen van de omliggende omgeving. Vandaag prijkt hij op een heuveltje, geïsoleerd en door een commerciële zone ingesloten. Achter zijn takkengordijn waan je je in een bos …

De groene oase van de industriezone

In het midden van een groot grasveld, ingesloten door een gigantische witte stenen bank, groeit een imposante treurbeuk een beetje achterin langs de Leuvensesteenweg. Wat doet dit soort boom op een plek als deze?

Dit exemplaar behoort tot een soort van grote windbrekers die de lanen en de parken van grote domeinen in heel Europa verfraaiden. Het is waarschijnlijk in 1876 aangeplant bij de aanleg van een van die parken en is op deze plek het enige overblijfsel van het platteland in de omgeving van Brussel. Platteland dat zienderogen geslonken is.

De boom is in een ‘oorlogszone’ beland: hij heeft de aanleg van de steenweg meegemaakt, steeds meer auto’s zien oprukken, vliegtuigen door zijn stukje hemel zien scheren, de toren van de RTBF zien opdoemen in de verte en aan alle kanten winkels en garages als paddenstoelen uit de grond zien schieten. De grond rondom hem werd afgegraven, omgewoeld, aangedrukt, verplaatst … De overlever staat uiteindelijk op een volledig kunstmatige heuvel van opgehoogde grond, omgeven door een industrie- en winkelzone.

De druk van de stad is hier op zijn hoogst: mocht u er langskomen, neem dan de tijd om even te stoppen om dit groene juweel te bewonderen.

Fontein van bladeren

Van ver lijkt de boom des te levendiger aangezien alles rondom hem zo levenloos is. Zijn takken borrelen op vanuit het midden, vloeien terug wanneer ze de top bereiken, en vallen dan weer naar beneden rondom de boom tot op het gazon. Met zijn treurvorm weet hij de meeste voorbijgangers te misleiden. Gehaast als ze zijn, krijgen ze hem vanaf de steenweg amper of slechts onoplettend in het oog en verwarren ze zijn silhouet met dat van een wilg.

Maar het volstaat om even te blijven staan om te beseffen dat de bladeren niet speervormig, fijn en langwerpig zijn zoals bij een treurwilg. Je hoeft geen groot plantkundige te zijn om te zien dat de bladeren van deze boom ovaal zijn. Als u wat dichter naar het takkengordijn toe loopt, zult u ontdekken dat ze een gladde en mooi gegolfde rand hebben (bovenaan soms licht getand) en dat hun oppervlak (in de lente) een beetje donzig is: dat is het typische blad van de beuk.

Bij gewone beuken zit de kruin vaak zo hoog dat het moeilijk is de bladeren, de takken en de knoppen te observeren. Hier is het bladerdek binnen handbereik: het is de gelegenheid om ervan te profiteren. De jonge takken maken bij elke knoop de typische zigzagbeweging. De knoppen staan afwisselend langs de tak. Ze zijn langwerpig, puntig en bedekt met schubben in een mooie okerachtige kastanjebruine kleur.

Dit bladerdek lijkt vreemd genoeg te leven. Zonder twijfel omdat het heen en weer beweegt door een briesje of door windvlagen die door dit windgat jagen. Maar er is meer: er is iets verrassends aan de manier waarop dit bladerdek georganiseerd is. Je zou bijna zeggen dat de boom zijn bladeren niet in het wilde weg schikt. Hij spreidt zijn bladerdek immers zo uit en bepaalt de positie en de grootte van zijn bladeren op zo’n manier dat hij het kleinste straaltje zon kan opvangen. De beuk is niet voor niets kampioen van de fotosynthese. In het bos zijn beuken de bomen die er het best in slagen op zoek te gaan naar licht. In die mate dat ze andere soorten zoveel schaduw bezorgen dat die moeilijk aan hun voet kunnen groeien.

Onder moeders rokken

Het is moeilijk om de nieuwsgierigheid te bedwingen om te gaan kijken wat er zich achter dat bladerscherm afspeelt. Als u zich er ooit toe laat verleiden, begeef u dan met respect onder de boom, doe het takkengordijn voorzichtig open en probeer om daarbij geen takken te breken of op de wortels te trappen. We hebben hier te maken met een levend wezen.

Van het ene op het andere moment komt u in een andere wereld terecht: de kakofonie van de stad verdwijnt volledig uit het zicht, het oorverdovende geluid van het verkeer verstilt, een zwerm zangvogels vliegt op en vervolgens – als u heel stilletjes en geduldig bent – keren ze een voor een terug en beginnen ze in uw buurt te sjilpen.

Zodra u door dat takkengordijn gaat, springt een wirwar van zichtbare wortels in het oog. Vreemd genoeg zien die er sterk en levendig uit. Ze nemen de vorm aan van de heuvel waarop de boom is geplaatst, ze groeien over elkaar heen en ze komen weer samen om de stabiliteit van de boom te garanderen.

Die krachtige uitstraling komt ook door het gedrongen voorkomen van de voet van de boom. De stam heeft een omtrek van vierenhalve meter en zijn evenwichtscentrum zit dicht bij de grond, wat hem nog stabieler maakt. Alle houtmassa situeert zich onderaan. Daardoor kan hij zijn takken de hoogte in stuwen en het ongelooflijke gewicht dragen van zijn neerhangende bladerdek. Zeker als het daarop geregend heeft. Dan weegt het tonnen. Of als hij wind vangt: dan moet hij weerstaan aan enorm duw- en trekwerk.

U kunt voorzichtig gaan zitten op een van de grote wortels en voelen hoeveel kracht ze hebben. Hun schors is dun, glad en grijs zoals bij de gewone beuk. Van hieruit kunt u de structuur aan de binnenkant van de kruin gadeslaan. Die bestaat uit verschillende stammen, die zich onderaan opsplitsen, en tal van takken die vanuit die stammen vertrekken.

Op verschillende plaatsen zijn de takken met elkaar verbonden. Dat komt omdat ze zo dicht op elkaar gepakt zitten. Sommige takken zijn met elkaar in contact gekomen en zijn tegen elkaar gaan wrijven. Die wrijving heeft bij elk van hen een wonde veroorzaakt en het wondhout op die wonden is vergroeid. In die mate zelfs dat 2 of 3 takken die met elkaar in contact stonden nu nog slechts 1 tak zijn. Zo hebben ze een soort vlechtwerk gecreëerd tussen de verticale assen. Die verstevigen de volledige structuur van de boom. Het sap wordt verdeeld tussen de samengevoegde takken.

Dankzij die samenloop van omstandigheden, in combinatie met een zeer duurzame en stevige houtsoort zou deze boom zonder twijfel nog heel wat beproevingen kunnen doorstaan. Tenzij hij ten onder gaat aan de bouw van een constructie die de laatste lege plek in de industriezone inneemt, zou deze boom heel lang moeten leven.

Zijn kracht stimuleren

Is het om zich te verdedigen tegen alles wat hij te verduren heeft gekregen dat deze boom zijn takken en zijn wortelsysteem zo heeft verstevigd?

Voor alle beproevingen die hij heeft doorstaan, dwingt dit exemplaar respect af. Gezien zijn hoge leeftijd en wat hij al heeft meegemaakt, en voor de manier waarop hij het ultrastedelijke landschap vormgeeft, zou hij het verdienen om deel uit te maken van het levend erfgoed van het Gewest. Hij is in 2002 dan ook opgenomen in de wetenschappelijke inventaris van opmerkelijke bomen, en zou in de toekomst beschermd worden.

Bij zo’n architecturaal hoogstandje zou je je kunnen afvagen waarom een dergelijk exemplaar nog niet is opgenomen op de bewaarlijst. Maar toen hij ontdekt werd, waren er rondom hem al heel wat grote stedenbouwkundige projecten aan de gang. De autoriteiten vreesden dus dat hij het niet zou overleven door de impact van de werven in de omgeving. Het is moeilijk om een boom tot levend monument te verheffen als de reeds toegekende vergunningen hem net laten verdwijnen.

Vandaag zijn alle werkzaamheden in principe afgerond. En het ziet er niet naar uit dat ze in deze hoek nog een winkel kunnen passen. De treurbeuk heeft op zijn heuveltje gevochten als een leeuw. Het is dan ook tijd om hem te klasseren. De volgende stap zal erin bestaan hem regelmatig te verzorgen, en eventueel maatregelen door te voeren om ervoor te zorgen dat hij sterk blijft: bijvoorbeeld hem een natuurlijkere grond geven die dichter aanleunt bij wat hij vroeger op het platteland heeft gekend.

Dit portret is verrijkt met een illustratie uit de Belgische Federale Staatscollectie in permanente bruikleen aan de Meise Botanical Garden. Zie bijlage. Met dank aan de bibliotheek (erfgoedcollectie) voor deze bijdrage.https://www.plantentuinmeise.be/nl/home/

Foto: Priscille Cazin - Zerolutions / 32shoot asbl
Foto's: Priscille Cazin - Zerolutions/32shoot asbl
Foto: Priscille Cazin - Zerolutions / 32shoot asbl
Foto: Priscille Cazin - Zerolutions / 32shoot asbl
idem
idem
© Bruciel 1953
© Bruciel 1971
© Bruciel 1996
© Bruciel 2015
© Inventaris van het Natuurlijk Erfgoed
Jumelage: parc H. Hartcollege, Lanaken, gps N50° 53' 12.1" E5° 38' 39.6" - Foto: © Hans van Selm, BelTrees