Adres :
Secrétinlaan Jette
Gps-coörd. :
50.8795 , 4.3331
Wetenschappelijke inventarisatie :

Identiteit

Categorie :
Arbre remarquable
Latijn :
Quercus frainetto
Naam FR :
Chêne de Hongrie
Naam NL :
Hongaarse eik
Naam EN :
Hungarian oak
Familie :
Fagaceae
Hoogte :
32 m
Beoogde hoogte :
Deze soort kan 30-35 m hoog worden
Diameter kruin :
30 m
Omtrek van de stam :
511 cm
Verwachte omtrek :
500 cm
Verwachte levensduur :
Relatief kort voor een eik, 300 jaar
Oorsprong/Afkomst :
Zuidoost-Europa tot het noorden van Turkije
Voorkeursbodem :
Rijk aan voedingsstoffen, goed gedraineerd
Voorkeursklimaat :
Gematigd

Diensten geleverd door deze boom

Verfraait het landschap :
+++ zeldzaam bladerdak en grote kruin
Verrijkt de biodiversiteit :
+++ zeldzamere soort
Levert zuurstof :
+++ zeer groot bladeroppervlak
Zuivert de lucht :
+++ idem, vooral in volle verkeer
Filtert het water :
++ groot oppervlak voor verdamping, maar aangepast aan droge bodems
Voorkomt overstromingen :
+ droge bodems
Slaat koolstof op :
+++ snelle groei en duurzaam hout
Verzacht het klimaat :
+++ veel schaduw op het plein
Beperkt de erosie van de bodem :
ø
Doet goed, is nuttig :
+++ tannines, eikels, hout

Kenmerken/Karakter van het individu

Ingesloten tussen twee banken, een parking, tramsporen, een rusthuis van verschillende verdiepingen en het kerkhof van Jette, deelt dit individu de ruimte van het Secrétinplein met een zilverlinde. Zijn leeftijd is een raadsel, ook al krijgt hij een mooie hoeveelheid licht. Als de eik met een omtrek van meer dan 5 m echt geplant is in 1930, zou dat betekenen dat hij enorm snel gegroeid is. Is het mogelijk dat de eik en de linde elkaar helpen?

De waaier

Het is moeilijk om in Brussel mooiere takken te vinden. Dit kerngezonde exemplaar spreidt vrolijk een indrukwekkende waaier van takken uit over de Secrétinsquare, de steenweg erlangs, twee tramsporen en een reeks schuine parkeerplaatsen naast elkaar. Alsof het niets is. Zijn gedrongen, zeer korte en sterke stam draagt een immense koepel die bijna alle ruimte in de laan inneemt.

Een schoonheid die zich heeft ontplooid

Op slechts 3 meter van de grond vertakt de boom zich in alle richtingen. Zijn verbluffende structuur is goed zichtbaar wanneer hij in de winter kaal is. In de andere seizoenen vormt hij een enorme bladerbol die van hem een onmisbaar herkenningspunt in het stedelijke landschap maakt: donkergroen in de lente en de zomer, roodbruin in de herfst. Hij doet denken aan de bouw van die grote vrijstaande eiken, die zich midden op het platteland en volop in het licht ontplooien. Deze geïsoleerde positie, centraal in een zeer dichtbebouwde wijk, maakt van hem een herkenningspunt in het landschap.

Alles aan deze eik is groot. Ook zijn bladeren: die kunnen tot 15 cm lang worden. Hun grootte en hun vorm onderscheiden zich van die van de (inheemse) eiken van bij ons. Ze zijn gelobd, maar met zeer uitgesproken uitsnijdingen tussen de lobben.

De boom is zo opmerkelijk dat hij in 2001 is opgenomen in de inventaris van het natuurlijk erfgoed, en in 2003 is ingeschreven op de bewaarlijst. Zonder twijfel had deze kolos een zekere bescherming nodig tegen de druk van de verstedelijking … Welverdiende aandacht want hij behoort bovendien tot een zeldzame soort in Brussel: quercus frainetto (zijn Latijnse naam) of Hongaarse eik. Met een indrukwekkende stam van veer meer dan 4 meter omtrek, is hij de kampioen van zijn soort (in België en) in het Gewest.

In de kracht van zijn leven

Bij een eik met een dergelijke omvang vragen we ons al eens af hoe oud hij is. Door zijn formaat krijgen we de indruk dat dit exemplaar al eeuwen meegaat. Om dat nauwkeurig te meten, zou je in principe een aanwasboor of Presslerboor kunnen gebruiken. Daarmee neem je een cilindervormig stukje hout weg van aan de schors tot in het hart van de stam en tel je daarin de jaarringen. Maar met die methode zou je de boom kunnen verwonden en blootstellen aan het onnodige risico van aanvallen door schimmels, parasieten of infecties door bacteriën. Een andere minder invasieve methode bestaat erin een beroep te doen op een tomografie, een soort echografie voor de binnenkant van de boom. Maar tomografen zijn niet dik gezaaid in Brussel.

En dus kun je door goed om je heen te kijken en de vaststellingen na te trekken met de archieven van het Gewest teruggaan in de tijd. Ofwel door omhoog te kijken naar het bladerdak, en geheel bij toeval op een uitstekend stuk rots te stoten dat midden in het grasveld van het plein is aangebracht. Het is een gedenksteen waar slechts twee jaartallen op staan: 1830 – 1930. De eik is samen met deze steen neergepoot in 1930, om de honderdste verjaardag van de Belgische onafhankelijkheid te herdenken. Eiken hebben de reputatie dat ze lang leven (meer dan 2000 jaar voor de zomereik en de wintereik, 300 jaar voor de Hongaarse). Ze worden vaak geplant om de geschiedenis aan te geven. Je kunt zijn leeftijd dus nauwkeurig meten.

Hier hebben we het bewijs dat de boom bijna 100 jaar oud is. Uit zijn lijvige 5,11 meter omtrek kunnen we afleiden dat er per jaar tussen de 4,5 en 5 cm is bijgekomen. Dat is enorm als je bedenkt dat een alleenstaande eik, die echt veel licht krijgt in alle richtingen ongeveer 3 cm per jaar groeit. Deze Hongaarse eik groeit zo ongelooflijk sterk dat hij de dendrologen van het Gewest blijft verrassen.

Frainetto’s hebben dan wel een duidelijk kortere levensduur dan onze inheemse eiken, dit levende monument van het Gewest heeft nog heel wat mooie jaren in het verschiet. In tegenstelling tot de eiken in onze bossen, groeit hij tussen een groot rusthuis en het kerkhof van Jette en is hij nog niet klaar voor de zaagmachine.

Jumelage

Deze kolossale Hongaarse eik, die de hele ruimte van het Secrétinplein in Jette inneemt, werd opgemerkt door de Belgische Vereniging voor Dendrologie. Hij werd gekoppeld aan een individu van dezelfde soort uit het Arboretum van Wespelaar: "Botanicumboom

idem
idem
idem
idem
idem
idem
Foto: © Gwen Breuls - Gwen Video Projects/32shoot asbl
Foto: © Gwen Breuls - Gwen Video Projects/32shoot asbl
© Bruciel 2015
© Bruciel 2004
© Bruciel 1996
© Bruciel 1971
© Bruciel 1953
© Bruciel 1930/35